|
|
|||
|
|
Doberdan
|
||
| Door | : | Age Put | |
| Gepubliceerd in | : |
Hoogtelijn 2004 nummer 5
|
|
|
Negen
dagen wandelen en klauteren een trektochtleider en vier deelnemers over
smalle bergpaadjes en ‘ijzeren wegen’ door het woeste karstlandschap
van de Julische Alpen.
Eergisteren startten Hannah, Bert, Wim, Harm en ik bij de berghut Aljažev Dom (1015 m) onder de 1700 meter hoge noordwand van de machtige Triglav. Over de met staalkabels beveiligde Tominšek-weg klommen we uit het frisgroene Vrata-dal, naar water snakkend, naar het desolate maanlandschap Kotel waar een kleine bron in een rotswand onze ergste dorst leste. Vervolgens liepen we over een kalkpad door naar de op een zadel gelegen Dom Valentina Staniča (2332 m). Gisteren onweerde het met tussenpozen flink in het Triglav-massief. Na een kort bezoek aan de Begunjski Vrh (2461 m) doodden we in de berghut de tijd met klaverjassen. Na de onweersbuien liepen we ’s middags via de Kredarica (2541 m) naar de Triglavski Dom. Triglav
De juli-ochtend begint stralend. Een fel zonnetje schijnt door de ramen van
de Triglavski Dom (2515 m). Uit bed, lakens opvouwen, aankleden, rugzak
organiseren, naar de toiletruimte en dan naar de eetzaal van de moderne
berghut, waar een bak thee en een homp brood met eieren en spek worden
voorgeschoteld. Snel werken we het stevige ontbijt naar binnen, want we
staan te popelen om aan de klettersteig naar het ‘bedevaartsoord’
van Slovenië te beginnen. De Triglav (2864 m) is de hoogste berg en het
nationale symbool van het Alpenlandje. Iedere Sloveen ‘moet’
minimaal eens in zijn leven op de Triglav staan, maar liefst vaker. Bij
de Triglavski Dom trekken we buiten onze schoenen en
klettersteiguitrusting aan. Ik controleer bij de vier deelnemers of de
gordels, klettersteigsets en knopen goed vast zitten. Het ziet er prima
uit. We kunnen omhoog. Een grote groep Belgische en Sloveense militairen
gaat ons voor. Ze zijn met het modernste klimmateriaal uitgerust. Wij
volgen de NAVO-soldaten op korte afstand. Een
grote ronde markering - wit met een rode rand - geeft het begin van de
klettersteig aan. De route loopt over vaste kalk door de noordoostwand
van de Male Triglav (2725 m) naar de topgraat. Uitgehakte treden voor de
voeten en ijzeren pennen voor de handen bieden bij de steile klim
voldoende steun. Op de topgraat van de Male Triglav is de route
uitstekend beveiligd met staalkabels. We houden op de voortop van de
Triglav een korte pauze en genieten van het weidse uitzicht op de
Karawanken en de Julische Alpen. We zien hoe de militairen als een
langgerekt lint de laatste klim naar de hoofdtop maken. De laatste
etappe via een messcherpe graat en de oostwand van de Triglav is dankzij
de alom aanwezige staalkabels eenvoudig. De strakblauwe hemel maakt
plaats voor een wolkendek dat almaar dikker wordt en de wind begint aan
te wakkeren. Dat belooft niet veel goeds voor de komende uren. Hannah,
Bert, Wim, Harm en ik staan op de hoogste bergtop van Slovenië waar we
ons bij de Aljažev Stolp laten vereeuwigen. Pastoor Aljaž liet de
gietijzeren toren in 1895 op de top bouwen. Het bouwsel biedt vier
personen beschutting bij onweer. We blijven niet lang op de top, want
het weer wordt dreigender. We
dalen over de hier en daar met staalkabels beveiligde zuidkam naar de
nauwe bergpas Triglavska Skrbina (2659 m). Het wordt koud en het begint
licht te regenen. De regenkleding gaat aan en we doen regenhoezen om de
rugzakken. Voorzichtig dalen we door een nauwe geul over een
steenslaggevaarlijke klettersteig naar de bergkom Triglavski Kot. Op de
onbeveiligde gedeelten kan je beter geen uitglijder maken, want dat is
hier waarschijnlijk fataal. Ik ben opgelucht als we de geul verlaten en
we over een rotshelling verder dalen naar het begin van de klettersteig. Als
we ons ontdoen van de klettersteiguitrusting in de Triglavski Kot,
begint het op te klaren. Onder de zuidwand van de Triglav door, over
kalkstenen paden en langs metersdiepe dolines bereiken we de berghut Dom
Planika (2401 m) waar we een middagpauze houden en een maaltijdsoep
nuttigen. ‘Planika’ is het Sloveense woord voor edelweiss. De
laatste etappe naar Vodnikov Dom (1817 m) begint met een daling in
serpentines naar het zadel Konjsko Sedlo (2020 m). Wim, de oudste
deelnemer, zet de turbo erin en snelt naar beneden. Daardoor ziet hij de
bosjes edelweiss niet die op de berghelling onder de Dom Planika groeien
en bloeien. Tussen het Konjsko Sedlo en Vodnikov Dom ligt een dikke
roodbruine adder met een zwarte zigzagtekening op het wandelpad. Het
dier kiest als wij aankomen luid sissend het hazenpad. Vodnikov
Dom is een berengezellige ouderwetse berghut, gelegen op de bosrijke
zuidhelling van de Vernar (2225 m). We krijgen van de waardin een schone
slaapkamer met ruime houten stapelbedden. In de badkamer kunnen we ons
opfrissen. We zijn precies op tijd aangekomen, want even later begint
het gestaag te regenen. De hut stroomt vol met Slovenen die morgen de
Triglav via de zuidzijde willen beklimmen. Wij zitten in een knus hoekje
te klaverjassen onder het genot van goulashsoep en Zlatorog-bier. De
knusse berghut Zasavska Koča Na Prehodavcih (2071 m) staat op een
grasbultje tussen de toppen van de Malo Špičje (2398 m) en de
Vodnikov Vršac (2194 m). Vanaf de hut heb je zicht op vier
kristalheldere meren die in het dal van de Dolina Triglavskih Jezeri
liggen. Bij het hoogst gelegen meertje, de Jezero pod Vršacem (1991 m),
vulden we gisteravond onze veldflessen met drinkwater. In
de schaduw van de Kanjavec (2568 m) lopen we over een smal bergpaadje
via het zadel Prehodavci (2021 m) naar een nauwe engte tussen de
Vodnikov Vršac en de Kanjavec. De laatste dertig hoogtemeters zigzaggen
we behoedzaam over een puinveld naar de smalle passage. Even voorzichtig
dalen we zo’n honderd meter door het rotsterrein van de Skozi Rižo
tot aan een gezekerde steig die aan de beroemde Bocchette-weg in de
Brenta doet denken. Iedereen doet zijn klimhelm op wegens
steenslaggevaar. De goed gemarkeerde route loopt over rotsbanden, dan
weer omlaag, dan weer omhoog. Mensen met hoogtevrees hebben in de
duizend meter hoge wand niets te zoeken. Bij de eerste
staalkabelbeveiligingen aangekomen, trekken wij allen de
klettersteiguitrusting aan. Een Sloveense berggids en cliënt komen ons
tegemoet: “Doberdan!” Wij groeten de Slovenen terug en beginnen aan
de gezekerde steig die als een hoogteweg door een prachtig woest
berglandschap loopt. Diep onder ons ligt het dichtbeboste Zadnjica-dal.
Uit het dal zien we een door de Italianen na de Eerste Wereldoorlog
aangelegd karrenspoor in tientallen serpentines tegen de berghelling
omhoog slingeren. De route is afwisselend. Soms moeten we op de
rotsbanden diep bukken om onze hoofden niet te stoten tegen de
overhellende rotswand, dan hebben we weer te maken met een kort
klauterstukje om van de ene op de andere band te komen. Na een dik uur
dolle pret bereiken we het door de Italianen aangelegde karrenspoor. De
klettersteiguitrusting kan uit. Over het brede pad lopen we in een half
uur naar de Tržaška Koča Na Doliču (2151 m), waar we lunchen
en het grootste deel van onze bepakking achterlaten. De
klim naar de Kanjavec begint achter de ronduit smerige toilethokken van
de Tržaška Koča Na Doliču. Neem genoeg drinkwater mee, want
je vindt geen druppel water op de kale rots- en puinhellingen van deze
berg. De klim brengt ons door een echt labyrint van de ene op de andere
rotspuist. De laatste dertig hoogtemeters loopt de route langs
staalkabels door een rotsgeul naar de top van de Kanjavec, tenminste dat
denken we. Als we op de top staan zien we met behulp van de kaart dat
een rotsbult, zo’n tweehonderd meter verderop, nog een meter hoger is
dan het punt waar wij staan. Wij vinden het voor vandaag wel best. De
Kanjavec werd op 18 augustus 1877 voor het eerst beklommen door Julius
Kugy, die een groot deel van de Julische Alpen ontsloten heeft. Vanaf de
top is er op deze stralende dag een fraai uitzicht op de zuidwestwand
van de Triglav. In het noordwesten is de scherpe top van de Jalovec
(2645 m), de mooiste berg van Slovenië, goed zichtbaar. Na een
uitgebreide toppauze verlaten we de Kanjavec via de zuidoostkam. Onder
de bergpas Čez Hribarice (2358 m) dalen we door fijn en grof geröll
over een breed spoor dat naar de Dolič-pas (2164 m) leidt. Je zal
hier maar omhoog moeten door al dat puin! We besluiten de geslaagde
dagtocht met Zlatorog-bier op het terras voor de Tržaška Koča Na
Doliču. Op
de slotdag doen we de mooiste klettersteig van Slovenië vanuit de Tičarjev
Dom (1620 m) met lichte bepakking. De aanlooproute gaat over de Sovna
Glava (1750 m) en vervolgens honderd meter naar beneden tussen de
dwergdennen door naar de machtige noordwand van de Prisank (2547 m), die
ook wel Prisojnik genoemd wordt. Tijdens de afdaling naar de klettersteig
krijgt Wim een flink steenblok tegen zijn been, dat door een roekeloze
Oostenrijker losgetrapt wordt. Boos vertel ik de Oostenrijker dat hij in
dit steenslaggevaarlijke terrein voorzichtig moet dalen. Wim is gelukkig
schadevrij. Na de korte afdaling komen we bij de steile noordwandroute (Jesenisca
Pot), een lange krachtrovende klettersteig. “Helm op en
klettersteiguitrusting aan,” roep ik de deelnemers toe. De eerste
etappe gaat vrijwel direct verticaal in de schaduw omhoog. De been- en
armspieren worden flink getest. Tijdens de klim omhoog zien we in de
noordwestwand van de Prisank een markante rotspartij die op een gezicht
lijkt. Het is druk op de fraaie noordwandroute, Slovenen, Oostenrijkers,
Duitsers en wij. Na een flinke traverse komen we bij een overhangend
laddersysteem waar we dan weer links, dan weer rechts door een rotsgeul
omhoog klauteren. Als klap op de vuurpijl schuiven we op onze buik over
een schuine plaat met daarboven een overhangende rots. Ik kom tijdens het
schuiven tussen de plaat en de rotswand tot hilariteit van de groep klem
te zitten. Voorzichtig haal ik de rugzak van mijn rug en schuif hem voor
me uit tot ik door de nauwe passage ben. Nu is het de beurt aan Hannah,
Bert, Wim en Harm. Ze hoeven hun rugzak niet af te doen om door de
passage te komen. We
klimmen over een kleine rug en staan plots oog in oog met het circa
zeventig meter hoge rotsvenster, Prednje Okno. Het is het grootste
rotsvenster in de Alpen. Na een traverse over een met staalkabels
beveiligde rotsband komen we in de steenslaggevaarlijke puingeul, die
door het gat in de berg leidt. Normaliter ligt in de geul tot laat in de
zomer sneeuw maar niet dit jaar. De uitklim door het gat naar de
zuidzijde van de Prisank gaat via staalkabels en ladders over vaste rots.
Het is voor de deelnemers en mij een onvergetelijke ervaring. Op de
zuidzijde van de Prisank schijnt de koperen ploert op onze verweerde
gezichten. We lessen onze dorst en beginnen dan aan het laatste traject
over de westgraat naar de top. De diepblikken op het Soča- en
Pisnica-dal zijn adembenemend. Onder ons zien we de spectaculaire Vršič-pas
met z’n 49 haarspeldbochten. Deze bergpas werd tijdens de Eerste
Wereldoorlog gebouwd door Russische krijgsgevangenen. En dan…, … de
top! De beklimming van de Prisank is het hoogtepunt van de negendaagse
klettersteigtocht! We laten ons gezamenlijk vereeuwigen door een Kroaat
die met zijn gezin via de zuidzijde op de top is gekomen. We dalen over de normaalroute via de zuidzijde van de Prisank naar de Tičarjev Dom, waar we de rest van onze uitrusting oppikken. Onder het genot van een Zlatorog-biertje - het mag ook wat anders zijn – maken we plannen voor de reünie in Nederland. |
|||