|
|
|||
|
|
Geniessen ohne EndVier dagen Hochtouren door het Salzburgerland
|
||
| Door | : | Aad van den Boogaart | |
| Gepubliceerd in | : |
Hoogtelijn 2005 nummer 1
|
|
|
Ik ben al sinds m’n geboortejaar in de bergen om te
wandelen, maak nu vijf jaar alpiene tochten, maar was er nog nooit voor
in Oostenrijk. Vier septemberdagen Gipfelstürmer
Tour in het Salzburgerland met
m’n klimmaatje Paul en een lokale gids laten me zien wat ik gemist heb. Der
Wastl Even kijken Paul en ik elkaar aan. We hoeven niks te
zeggen om te weten dat we hetzelfde denken. Moeten we met hem…? Uit de
gelooide huid van de gids spreekt vele –héél vele- jaren ervaring,
uit het buikje vele kannen bier. Het voorstellen aan de gids in het luxe
hotel Schörhof te Saalfelden was niet wat we ons er van voor hadden
gesteld. Met topatleten Franz en Richard nog in ons achterhoofd vragen we
ons stiekem af of deze senior ons gaat bijhouden, fit en getraind als we
zijn. Maar zijn kraaloogjes glinsteren als we boven de kaart de mogelijke
tochten doorspreken. Bescheiden geeft hij aan dat we in de klim naar de
Breithorn morgen keuze hebben uit drie alternatieve routes. Bij
doorvragen blijkt één van die routes de door hem gebouwde Persailhorn
Wildental Klettersteig te zijn. Als we enthousiast zeggen dat die het dan
natuurlijk wordt lacht hij schuchter maar open en meldt zich vereerd te
voelen. De volgende dagen zal blijken hoe we ons in de 67-jarige
Wastl Wörgötter, hoofd van de gidsenafdeling in het gebied, hebben
kunnen vergissen. Als we in de aanlooproutes zijn houden we met z’n
allen strak tempo en prijst hij ons om onze snelheid (“immer
im gestreckten Galopp wie junge Gämse”) ook al is hij de enige die
voortdurend nog energie overhoudt om zijn vrolijke deuntjes te blijven
fluiten. Pas als we klimmen of afdalen blijkt het grote verschil. Zowel
omhoog als omlaag is hij in z’n element en met z’n lange stelten
waarvan ieder onderdeel afzonderlijk lijkt te bewegen, manoeuvreert hij
onnavolgbaar door het rotslandschap. Waar wij net als andere Bergsteiger
een steile top met het gezicht naar de berg afklimmen, loopt hij met
z’n handen in z’n zakken rechtdoor naar beneden. En maar fluiten…
En oh ja water drinkt hij niet, want dat is te kostbaar in dit poreuze
kalkgebergte. Tenminste dat is zijn excuus om zich puur met Radler
(mix bier/limonade) en bier te verfrissen… Een geweldige gids met een
bijzonder CV: tweede beklimming Lhotse, eerste Oostenrijkse beklimming
Annapurna I, beklimming Cho Oyu, een aantal achtduizenders zonder top,
1000 km oversteek Oost-Antarctica en vele expedities naar alle hoge
bergen over de hele wereld. Ik schaam me bijna als ik zes weken later op
de top van Mount Fuji, de hoogste berg van Japan sta, vooralsnog een wens
van Wastl. Was?
Ohne Gepäck? Onze Gipfelstürmer
Tour combineert een aantal
elementen van de bergsport dat het Salzburgerland zo aantrekkelijk maakt:
bergwandelen, klettersteigen,
rotsklimmen (vooral graattoeren) en: Wandern
ohne Gepäck. Als ze het me van tevoren hadden verteld had ik het
niet geloofd: je rugzak in een kabelbaantje naar de hut en lekker
wandelen met alleen je LEKI-stokken. In het begin voelt dat maar raar, zo
zonder rugzak. Maar wat een luxe! Bovendien zullen we na twee dagen weer
naar het dal afdalen waar we in een volgend hotel weer over al onze
bagage kunnen beschikken, we kunnen dus licht gaan! Ook al omdat we geen
sneeuw en ijs tegen gaan komen. Dat is wel even wat anders dan je rugzak
pakken voor vier dagen klimmen in de West-Alpen! Daar komt nog bij we
hier met uitermate relaxte ontbijttijden als 07:00 te maken krijgen, we
worden maar verwend! Dat we op de ochtend voor onze terugreis nog een
mooie mountainbiketocht in het Salzburger Saalachtal maken geeft de
diversiteit van de mogelijkheden in dit gebied weer. Af
en toe een keertje slikken De eerste dag is het al gelijk raak met een graattoer van
kaliber. Vandaag is ook Klaus, Geschäftsführer
Tourismus Verband Dienten erbij. We beginnen ohne Gepäck vanuit Bachwinkl boven Saalfelden naar de
Peter-Wiechenthaler-Hütte (1707 m). Wastl zet er zonder veel woorden een
stevige pas in en we stijgen gestaag door het bos. Pas als we de
Jagasteig opgaan (een smal jagerspad achterom omhoog naar de hut, met
leuke klauterpassages) lijkt hij wat los te komen en begint hij te
vertellen over het gebied, de bergen, de gesteenten, het water en de
historie. Bij de hut staat Wastl al met een Radler in z’n hand. Daarna
gaan de rugzakken op en lopen we in een half uurtje langs een koppel
gemzen steil omhoog naar de instap van de Wildental Klettersteig,
die nog lekker in de schaduw ligt. We gaan lekker snel door de Klettersteig, ook al is het voor Paul de eerste keer dat hij aan
ijzer omhoog gaat. Ondertussen houdt Wastl z’n route nog een beetje
bij: links en rechts vliegen de stenen omlaag. Een beetje vreemd doet dat
wel aan die acties! En oh ja, Wastl doet het allemaal zonder zekering,
waarom zou je ook… Bovenaan de Klettersteig
staan we op de Persailhorn (2347 m) met een prachtig uitzicht op het
Grossglockner en Grossvenediger gebied. Buiten een paar wolkenflarden is
het dan ook helemaal helder en lekker warm. Hier begint voor mij het
echte werk, terwijl Paul juist weer in zijn element komt: bergsteigen over de graat, eerst omlaag, dan omhoog naar de
Mitterhorn (2491 m), weer op en af en uiteindelijk omhoog tot op de
Breithorn (2504 m). Na toch wel wat jaren alpiene (vooral gletsjer &
sneeuw) en rotsklimervaring, de eerste keer ongezekerd over de
kalkrotsgraten. Moest ik toch wel af en toe een keertje slikken…
Gelukkig kwam ik er snel achter dat het met de LEKI-stokken in de handen
in plaats van op de rugzak een stuk prettiger evenwicht bewaren is. Om half vier, na een eenvoudige (hollen!) afdaling van de
Breithorn, komen we bij het Riemannhaus aan, waar het leger in de Klettergarten
met aangelegde tokkelbanen voor wat vertier van de dagjesmensen zorgt. Huttenluxe De middag en avond in de hut met Wastl zijn gezellig en
bijzonder. Hij lijkt hier iedereen te kennen! De Hüttenwirt kent hij sinds die vier jaar oud was, iedereen komt hem
groeten en maakt een praatje, tot en met de legerstaf toe. Ja die had hij
ook getraind… Als twee vrouwtjes erachter komen dat onze tafelgenoot
gids is en vragen wat voor tochten hij dan wel niet gemaakt heeft, haalt
Wastl achteloos z’n schouders op en zegt met een strak gezicht: “oh, bis zum Glockner”. Ik kan m’n lachen amper inhouden; de
vrouwtjes zijn onvoorstelbaar onder de indruk. Een ander voordeel van met Wastl onderweg zijn is dat
overal waar we komen, de Wirt
voor ons staat met glaasjes Schnaps.
Deze avond werd het daardoor zoeken naar de luciferhoutjes om de ogen
open te houden, maar die zoektocht hebben we maar snel ingeruild voor de
zoektocht naar de lakenzak. Bij het ontbijt komt de Wirt weer even langs en vraagt of we zin hebben in een rondleiding
door de hut. Met veel enthousiasme laat hij zijn technologische
hoogstandje zien. Het Winterraum
stamt nog van de oorspronkelijke bouw in 1885, maar voor de rest wordt de
hut volledig zelfstandig en milieuvriendelijk voorzien via een
superefficiënte accustroomvoorziening, een Japanse tractormotor op
plantaardige olie, een waterzuiveringssysteem dat drinkwater uit
smeltwater maakt en een apart gebouw waar het ‘eindproduct’ wordt
verwerkt. Bijna kokhalzend lopen we langs de grote open kratten waar
alles aangespoeld, gescheiden, vermalen en gefilterd wordt, terwijl de Wirt
vrolijk babbelend aanwijst welke handelingen hij hier dagelijks moet
verrichten… Wastl gniffelt in zijn vuistje en meldt dat hij blij is dat
ze voor ‘zijn’ Peter-Wiechenthaler-Hütte ervoor gekozen hebben om
een drie kilometer lang riool naar Saalfelden te laten bouwen, waarlangs
dan gelijk de elektriciteitsleiding omhoog kan. Scheelt ook nog eens de
penetrante geur op het terras! Het
intense genieten Even voor achten lopen we. Het is weer zulk prachtig weer.
Na ongeveer een half uur door het ruige Steinernes Meer te zijn gegaan
komen we onderaan de niet zo steile wand die geleidelijk omhoog leidt
naar de Schönfeldspitze (2653 m). De stokken gaan op de rugzak en
stilletjes klauteren we gedrieën in eenvoudig terrein omhoog. We winnen
snel hoogte. In het zadel op ongeveer 2400 m houden we even rust. We
zullen naar de top gaan via de Westkante: II/III graads Gratkletterei.
Nou klim ik 5c+ voor in de sportklimgebieden, maar zo’n steile graat
ongezekerd is nieuw en toch echt teveel van het goede. Ik ga aan kort
touw bij Wastl, Paul klimt achter mij op z’n gemak vrij. Het bergtouw
voor m’n neus neemt de meeste zenuwen weg, zodat ik geconcentreerd kan
genieten van het prachtige klimwerk en de fantastische blikken opzij en
omhoog. Omlaag nog maar even niet… Op tweederde van de graat draait
Wastl zich voor het eerst even om en vraagt “Geht’s
Aad?”. Uhm… “Ja…”, eigenlijk, de angstige momenten die er
zijn kunnen het intense genieten niet bedrukken, “…maar wil je af en
toe wat minder hard gaan?”. Op de top genieten we bijna drie kwartier lang onder het
indrukwekkende houtsnijwerk van het Jezuskruis van de vergezichten. De
Hochkönig ligt er bijna verwaand statig bij, met nog een sneeuwplateau
van wat ooit een serieuze gletsjer was, het bijna onneembare rotsbastion
aan de zuidkant, wat wolkjes onder de donkere afvallende wanden en het
Matrashaus keurig op het puntje. De afdaling doen we over de Normalweg. Wat? Zo “normal”
vind ik dat er van bovenaf nog helemaal niet uit zien! Wastl noemt het
“ziemlich exponiert” en dat
is voor mij genoeg om het touw nog maar even niet op te bergen. Ik voel
me gelijk heel prettig en geniet volop van het relaxte afklimmen. Dat kan
de volgende keer wel zonder touw. Vindt ook Wastl want volgens hem klim
ik “tadellos” en moet ik me absoluut “keine Gedanken machen”, nergens voor nodig. Na nog een paar hobbels op en af komen we uiteindelijk om
half een bovenaan de Buchauer Scharte (2269 m) aan. In een windstille kom
genieten we van een (wat later blijkt erg dure, ik heb er m’n Zwitserse
mes laten liggen…) broodje, appel en wat water. Wat heb je toch maar
weinig nodig om op en top van het leven te kunnen genieten! Dan gaat het naar beneden – eindeloos Geröll
en zigzags langs steile paadjes. Na 1750 hoogtemeters afgedaald te hebben
komen we met klutsknieën in Rohrmoos boven Maria Alm aan. De door Wastl
gebelde taxi brengt ons naar het luxe Gasthof Moserwirt op het pleintje
in het midden van dit pittoreske Oostenrijkse bergdorp. Na een glas bier
met Wastl gaan we ons te buiten aan een warm bad, het moet toch niet veel
gekker worden tijdens een week in de bergen! Vier
ton staal Vandaag gaat Klaus weer mee. Om 7 uur lopen we omhoog, met
andermaal prachtig weer, vanaf 1342 m langs de Erichhütte tot op 2300 m
bij de instap van de beroemde Königsjodler Klettersteig.
Wát een tocht! 1700 meter staaldraad overbruggen 900 hoogtemeters, vier
ton materiaal, 650 ankerhaken, vijftig handgrepen en drie voetbeugels.
Gebouwd in 3 maanden en gegradeerd als sehr
schwierig (C/D). De route gaat de vijf Teufelshörner op en af,
beklimt daarna de 250 meter hoge, loodrechte wand van de Kummetstein en
bedwingt tot slot nog de Hoher Kopf (2875 m), voordat we boven op het
plateau van de Übergossene Alm komen. In de Klettersteig
lijkt het alsof er aan de ‘ops’ en ‘afs’ geen einde komt. Vier
uur en een kwartier zijn we er mee bezig (snel volgens het boekje). Alles
zit in deze Steig wat een Klettersteiger zich maar kan wensen: loodrecht omhoog, technisch
klimmen zonder de kabel te gebruiken, messcherpe graatkanten omhoog, een
hangbrug, maximaalpassen over gaten in de graat heen: fantastisch! Mooi
eigenlijk hoe goed dat klimmen met die stijve D-schoenen gaat: alle
wrijvingsstukjes en de kleinste richeltjes zijn al genoeg om stevig op te
staan. Overigens: Wastl klimt weer eens alles zonder zekering.
Onvoorstelbaar als je ziet waar we over- en doorheen moeten. Alleen als
hij mijn stokken op mijn rugzak opnieuw vastbindt klipt hij even een Schlinge met karabiner in. Door het zware ‘kabeltrekken’ in de verticale stukken
en zelfs licht overhangende afdalingen verdwijnt na een uur of drie, ook
al door nauwelijks iets te eten of te drinken tussendoor (als die wolken
maar niet…), de kracht langzaam uit de vrijwel continu op spanning
staande kuiten en armspieren. Als we boven aankomen ben ik voor het eerst
in deze week moe. En niet een beetje: ik voel me volledig gesloopt.
Bovenop de Hoher Kopf ploffen we neer en genieten we van een uitgebreide
lunch. Leeg als we zijn gaat het proviand dat eigenlijk voor vandaag en
morgen bedoeld was er in één keer doorheen. Vermoeid leg ik de laatste 150 hoogtemeters (we moeten
eerst nog weer een stuk dalen) af naar het Matrashaus am Hochkönig (2941
m), parmantig op het hoogste puntje van de hoogste berg in het
Salzburgerland. Ik ben nog niet vaak zo blij geweest m’n spullen neer
te kunnen zetten en vooral m’n schoenen uit te doen! Bij de hut brengen een Radler, een bord soep en een
geknapt uiltje me er weer snel bovenop. Met Wastl erbij is het altijd
gezellig en hebben we weer veel aanspraak. Het is druk rond de hut en
veel clubjes mensen staan te gokken welke top nou welke naam heeft. Dan
vindt Wastl het genoeg geweest en begint hij te wijzen en te vertellen.
Binnen no time hangt er een hele club aan zijn lippen. Zon
en maan Om zes uur doen we ons tegoed aan een flink bord Bergsteigeressen
en ook hier komt de Hüttenwirt
met vier heerlijke Schnapse en
een halve liter wijn op de proppen. We voelen ons erg bevoorrecht. Na het eten verzamelen alle hutgasten zich buiten in de
kou voor de ondergaande zon. Ik schiet een heel rolletje weg, zo mooi is
het. Door de bijzondere helderheid kijken we zelfs tot de Zugspitze in
Duitsland en de Antelao in de Dolomieten. Om half tien kruipen we ‘moe
maar voldaan’ onder de wol in onze vierpersoonskamer… Als ik wakker word is het net zes uur geweest en de hemel
licht al oranje in het oosten. Snel aankleden en naar buiten! Daar staan
we dan, met nog een paar gekken buiten het Matrashaus op 2941 meter
hoogte in de vrieskou nog 25 minuten bibberend te wachten tot dan
eindelijk de zon haar eerste stralen over de bergkam laat scheren. Maar
door deze plek en de belevenissen van de afgelopen dagen voelt het heel
bijzonder. Berg
Heil (x4) We lopen om half acht uit de hut weg om een kwartiertje
later onze eerste top al weer af te tikken: Hochkönig Westgipfel (2930 m).
Daarna gaat het langs de bergkam en boven langs de Übergossene Alm
richting de Teufelslöcher. Volgens de legende lag hier vroeger een mooie
weldadige alm onder de top van de berg, waar het leven goed was. Maar de
bewoners werden lichtzinnig van de weldaad en plaveiden de wegen met
kaas, baadden zich in melk en versierden de koeien met zilver en goud. Op
een dag vroeg een heel arme man om brood en één nacht onderkomen, maar
een kil “Nein!” viel hem ten deel. Teruggejaagd in het dal kwam wat komen
moest: donder en bliksem als nooit tevoren; een vloed van water overgoot
de alm en bevroor tot eeuwig ijs: de Übergossene Alm gletsjer. De boer
en de boerin die het onderkomen geweigerd hadden werden door de duivel
van de alm afgeschoten, dwars door de berg, met als resultaat de twee
Teufelslöcher. Nog even over de Hoher Kopf (2875 m) en we komen op de
Lamkopf (2846 m). Het topkruis was nog vorige week door de
bergreddingsdienst van nieuwe spankabels en een nieuw Gipfelbuch
voorzien. De pen zit opeens aan een touwtje vast – nieuwe policy? Na de Lamkopf gaat het door, nu over de sneeuw, naar de
Hochseiler. Onderweg maken we even het (tweedegraads) uitstapje naar de
Teufelslöcher, inderdaad een bijzonder natuurverschijnsel. Niet lang daarna komen we op het punt waar we de sneeuw
moeten verlaten om via een stukje wand en de graat de Hochseiler te
beklimmen. Van een afstandje ziet het er best heftig uit, dus ik ga graag
in op het ‘kort-touw-aanbod’ van Wastl. Maar eigenlijk zodra we ons
tussen de rotsen bevinden is van spanning geen enkele sprake meer. Het is
ook niet zo geëxponeerd en de iets meer dan 100 hoogtemeters zijn pure Genusskletterei, maximaal tweedegraads en een leuke Kamin.
Bovenop onze vierde top van deze dag (Berg
Heil! we maken de Gipfelstürmer
Tour waar) drinken we even wat. Ik denk dat ik het nu wel allemaal
gehad heb en vraag Wastl monter of ik m’n gordel af kan en de stokken
weer pakken. “Mwa, laat nog maar even aan.” Oei, er komt nog meer? Zonder
stokken, met gordel om maar met het touw alleen maar over de schouders
van Wastl lopen we de top af over een erg brede graat. Wastl zet er flink
de sokken in terwijl de graat steeds smaller wordt en we af en toe ook
stukjes moeten op- en afklimmen. Ik knijp ‘m toch wel weer een beetje
maar merk dat ik me er toch al veel geruster op voel dan vorige dagen. Door
deze wand omlaag? Na een tijdje houdt de graat opeens op. Wat nu? Het
duizelt me even als ik de rode stippen links omlaag volg: door een wand
over een rotsbandje van net iets meer dan een voetbreedte: het bovenste
gedeelte van de Mooshammersteig. Vandaar dus die gordel… Ik ben blij
dat ik aan het touw kan gaan: niet omdat er moeilijke dingen te doen zijn
maar het neemt m’n angst voor een val weg, waardoor ik rustiger en
zekerder begin met (wederom tadellos)
afklimmen. Voor ik het weet ben ik daar zo geconcentreerd mee bezig dat
ik de diepte vergeet, het touw eigenlijk ook en gewoon heel lekker de
route door ga. Als we uiteindelijk beneden uit het Geröll
omlaag gerold zijn kijk ik terug en kan m’n ogen niet geloven. Zijn we
echt door deze wand omlaag gekomen? Buiten het bovenste gedeelte voelde
het nergens angstaanjagend steil, was het nooit meer dan tweedegraads
afklimmen en konden we nog aardig wat stukken gewoon vooruit gaan. Maar
nu kijk ik tegen een schijnbaar onneembaar rotsfort aan. Hoe de berg met
z’n wanden en graten er verschillend uit kan zien of je er van een
afstandje tegenaan kijkt of er midden in zit! We genieten onze middagpauze in de zon op de Niedere
Torscharte (2246 m) voordat we aan de lange en steile afdaling naar
Hinterthal beginnen. Daar genieten we van een welverdiend bier en ijs, en
ook daar worden we weer getrakteerd op Schnaps. We gaan met de taxi naar Lofer maar we moeten Wastl nog in
Saalfelden afzetten en hij nodigt ons uit bij hem nog wat te drinken.
Bier en nog meer (eigengemaakte) Schnaps.
Zijn zelfgebouwde huis lijkt wel een museum: behangen met foto’s en
souvenirs van al zijn tochten. Ook zijn als een berghut ingerichte houten
tuinhuis heeft hij zelf gebouwd en voor de deur staat een uit een
boomstam gesneden levensgrote arend. Zijn zelf aangeleerde hobby voor de
wintermaanden (als hij tenminste niet ‘im
Gelände’ Steilhänge aan
het afskiën is…). Half teut ondertussen nemen we hartelijk afscheid
van deze bijzondere persoonlijkheid en geweldige vent. 67 jaar en als een
jonge gems over de bergen! Traumhaft De taxi brengt ons naar het luxe hotel Bad Hochmoos in
Lofer. ’s Avonds verorberen we een heerlijke wildmaaltijd in de
gezellige Stube Knappenstadl.
Paul en ik drinken er vooral maar mineraalwater bij, totdat… we wéér
eens op Schnaps worden getrakteerd! ’s Avonds in het hotel bespreken we
nog de (on)mogelijkheden van de mountainbike tocht voor morgenochtend.
Diep onder de indruk verdwijnen we daarna direct naar bed. We hebben een
‘traumhafte’ week achter de
rug en prijzen ons meer dan gelukkig met wat ons is toebedeeld. Tot
weerziens, der Berg wird immer
rufen.
|
|||
| Meer route-informatie en foto's op deze website: | |||
| Königsjodler | |||
| Wildental Klettersteig | |||
| Südwand Klettersteig | |||