|
|
|||
|
|
Klettersteigen met kinderen in de Dolomieten
|
||
| Door | : | Maarten Faas & Jan van Ommen | |
| Gepubliceerd in | : |
Bergvriend 1997 nummer 2
|
|
|
Via ferrata als alternatief
De afgelopen zomer zijn wij met twee gezinnen, Alie en Jan van Ommen en Afien en Maarten Faas en de kinderen, naar de Italiaanse Dolomieten geweest. Het plan was om met onze kinderen een aantal klettersteigen te doen.. Dit leek ons een goed alternatief naast wandel- en huttentochten. Onze oudste kinderen zijn rond de elf en twaalf jaar oud en willen eigenlijk meer dan wandelen alleen.
De
klettersteigen, in het Italiaans “via ferrata”, vind je bij uitstek
in de Dolomieten. Ze komen eigenlijk voort uit de Eerste Wereldoorlog.
Italië voerde strijd tegen Oostenrijk. Om militair materiaal op
strategische toppen te krijgen, werden de routes daar naar toe beveiligd
met staalkabels en trappen bij moeilijke passages. Overal in de
Dolomieten zijn langs de klettersteigen nog in rosten uithakte bunkers,
loopgraven en resten hout en steen van versterkingswerken te vinden.
Uiteraard zie je heel regelmatig de opgerichte monumenten voor de
omgekomen slachtoffers.
De Sextener Dolomieten
Wij
besloten naar het natuurpark van de Sextener Dolomieten te gaan. De
oostelijk gelegen Sextener Dolomieten zijn vooral bekend vanwege Die
Drei Zinnen of Le Tre Cime di Lavaredo, drie zeer karakteristieke
rotstorens. Kolosaal opgebouwd uit prachtig gelaagd dolomietgesteente,
dat naast grotendeels donkere kleuren ook enkele rood-geelgetinte
vlakken vertoont. De rotstorens contrasteren schept met de puinmassa's
van waaruit ze lijken op te rijzen.
Wij gingen kamperen nabij de toeristische plaatsjes Sexten en Moos (Sesto en Moso) in het Val Pusteria. Het daar hooggelegen (1530 meter) caravanpark is luxe en zeer duur. Alternatieven zijn een luxecamping in Tolbach (Dobbiaco), een zeer eenvoudige camping bij Misurina (1750 meter) of de campings nabij Cortina d' Ampezzo. Wij vonden de mogelijkheden voor 'echt' kamperen in deze regio beperkt. Wij kozen voor Sexten, omdat je van daaruit mooie en kindvriendelijke huttentochten kunt maken in de noordoostelijk gelegen Karnische alpen (de Karnische hauptkamm op de grens tussen Oostenrijk en Italië). In de Sextener Dolomieten zijn een achttal klettersteigen. De Kompassführer die wij gebruikten, kwalificeert de klettersteigen in drie categorieën: leicht, schwierig en besonders schwierig. Zeven van de acht klettersteigen in de Sextener Dolomieten zijn schwierig, een is leicht.
Een eerste poging afgeblazen
Ons eerste doel was de klettersteig naar de Toblinger Knoten (Torre Toblino), een ongenaakbaar rotskasteel met een top op 2617 meter. De klettersteig gaat 100 meter verticaal omhoog en is in anderhalf uur te doen en daardoor goed te combineren met een andere wandel- of klettersteigtocht. Om deze klettersteig te bereiken moet je eerste naar de Drei Zinnen hütte (Rifugio A. Locatelli), 2438 meter) wandelen. We
parkeerden de auto het einde van de verharde weg zuidwaarts vanaf Moos.
Vanaf deze op 1451 meter hoogte gelegen parkeerplaats nabij
Fischleinboden, is het een pittige wandeling van ruim 4 uur naar de Drei
Zinnen hütte. Het plan was om met z’n allen naar de Drei Zinnen hütte
te lopen. Daar zouden de mannen met de oudste twee kinderen de
klettersteig doen, terwijl de vrouwen met de vier jongeren kinderen de
terugtocht zouden aanvangen.
We
ontdekten wat we weer even waren vergeten: de eerste dagen van de
vakantie is de conditie nog matig en valt een flinke wandeling niet mee,
vooral niet voor de kleintjes. Bij de hut aangekomen kregen we ook nog
een flinke regenbui op ons hoofd.
Eerst oefenen
Bij de inlooptochten die we de eerste dagen maakten, ontdekten we toevallig een uitstekende oefenlocatie voor het klettersteigen. Vanaf de Kreuzbergpass (Passo Montecroce) 10 kilometer te zuidoosten van Sexten, vind je na een kwartiertje lopen (eerst langs de skilift omhoog, daarna pad 15A volgen richting Sextener Rotwand), een rotsmassief van ongeveer 25 meter lang en 8 meter hoog. Over de volle breedte is complete oefenroute aangelegd met alle moeilijkheden die de klettersteig biedt. Hier zijn we met ons allen eerst maar eens een dagje naar toegegaan. Het is een geschikte plek om de kinderen goed te instrueren en om enige basale ervaring op te doen. Ook de ‘kleintjes’ in onze gezinnen, Mathilde en Renate, allebei zeven jaar, hebben hier hun eerste klettersteig ervaring opgedaan. Zelfs de echtgenotes, die zich doorgaans verre houden van dit soort activiteiten, trokken de klimgordel aan en deden hun eerste ervaring op met klettersteigen en ondervonden hoe het is om langs de kabel te klimmen.
De Monte Piana en Monte Piano
Met de meisjes Sandrien en Irene beide elf jaar, hebben we de ‘leichte’ klettersteig op de Monte Piana (zuidkant) en Monte Piano (noordkant) gedaan. Deze twee bergen liggen tegen elkaar aan. De toppen (resp. 2324 en 2305 meter) zijn niet echt spits, maar worden veeleer gevormd door twee grote plateaus. In de Eerste wereldoorlog verschansten zich hier de Italiaanse en Oostenrijkse legers. Enigszins vergelijkbaar met de loopgravenoorlog in Noord Frankrijk. Rondom deze twee bergtopplateaus is het zogenaamde Sentiero Storico, een historische wandelomloop in een achtvormige lus. Op de beide topplateaus zijn verschillende monumenten te zien.
De
route begint bij Rifugio Angelo Bosi (2205 meter). Het is mogelijk hier
met de auto te komen langs een, voor het grootste deel verharde, maar
zeer steile (tot 30%) en smalle weg met nagenoeg geen beveiligingen aan
de ravijnkant. Deze weg loopt vanaf de noordkant van het Lago di
Misurina (1756 meter). De zuidroute van de klettersteig is beslist niet
moeilijk en deden wij zelfs ongezekerd. Een prachtig pad langs steile
afgronden, hier en daar gezekerd met staalkabels, leidt naar de Monte
Piana. Hier gaat de route verder, onder meer enige tientallen meters
door herstelde loopgraven. De noordkant is rustiger en hier is zekeren
langs de staalkabels met de kinderen vereist. Op een zeer smalle passage
gleed de linkervoet van Sandrien even van het pad: de noodzaak van het
nauwgezet zekeren stond hierna absoluut vast voor de beide meisjes. Via
hier en daar een steil pad, dat langs diepe afgronden voert, kom je
voorbij verschillende in de rotsen uitgehakte bunkers. Een gedeelte van
de route (ongeveer 15 meter) gaat over een trap door een in de rotsen
uitgehouwen gang. We kwamen langs een grote grot waaruit een spoorrail
met een lorrie erop te voorschijn kwam. Zeker voor kinderen is dit
allemaal buitengewoon interessant. Neem zaklampen mee om in de bunkers
en gangen te kunnen kijken. Bovendien geeft deze noordroute een geweldig
mooi uitzicht over de Sextener Dolomieten, de Dreischusterspitse (Punta
dei Tre Scarperi), de Patternkofel (Monte Paterno) en de Drei Zinnen.
De Rotwandspitze
Al weer veel serieuzer was de ‘gesicherter steig’ naar de Sexterner Rotwandspitze (la Croda Rossa). Met zijn 2965 meter is dit ook het hoogste punt dat in de Sexterner Dolomieten via een klettersteig is te bereiken. We deden deze klettersteig met Ewout en Marieke, beide twaalf jaar.
Vanuit
het dorpje Moos (1356 meter) gaan we met de kabelbaan naar de Rudi Hütte
(1950 meter). Vandaar wandelen we over de Rotwandwiesen en via de
Rotwandköpfe waar we de rode
Veiligheid voorop
We doen de Rotwandspitze op een zaterdag midden in augustus. Het is dan ook behoorlijk druk. Tientallen groepjes mensen doen dezelfde route. Het valt ons op dat we regelmatig mensen tegenkomen zonder uitrusting, soms zelf op sportschoenen. Jan roept op een gegeven moment: “Zeg Maarten, zijn wij niet een beetje overgeëquipeerd?”.
We
lopen net door een gemakkelijk gedeelte met enkele toeristen op
gymschoenen, waarbij onze helmen, gordels en klettersteigsets, wat
overdreven afstaken. Op de terugweg bleek echter het tegendeel. Toen we
afdaalden op het steilste stuk met de ladders, kwam er het nodige puin
naar beneden. Een vrouw onder ons werd pijnlijk geraakt door flinke
stenen op haar helm en schouder. Gelukkig geen verwondingen. Maar de
helm bleek wel weer hoofdzaak. Bovendien is ongezekerd uitglijden of
vallen in deze routes vragen om ernstige ongelukken. Wij gingen terug
langs dezelfde route als de heenweg. Dit gaat aanmerkelijk sneller, in
tweeënhalf uur waren we weer bij de kabelbaan. Overigens is het ook
mogelijk via een andere klettersteig, de Mario Zandonella (de
zuidvariant) af te dalen. Deze route is wel veel pittiger en leidt door
en onaangenaam puinveld, waar ook in de zomer vaak nog ijs en sneeuw
ligt.
Nog meer mogelijkheden
Er
zijn nog enkele klettersteigen in de Sextener Dolomieten die met
kinderen vanaf elf, twaalf jaar goed te doen zijn. De Strada degli Alpini. Deze klettersteig gaat vanaf de Rifugio Zsigmondy Comici (2235 meter) en loop westelijk onder de Zsigmondykopf en de Elferkofel naar de Rifugio A. Berti (1950 meter). Het aardige van deze twee klettersteigen is dat ze in combinatie met elkaar en ook de Sexterner Rotwand de mogelijkheid geven voor een meerdaagse klettersteigtocht waarbij in verschillende hutten geslapen kan worden. Minder geschikt voor kinderen, maar voor de liefhebber zijn zeer aan te bevelen de zware Via ferrata Aldo Roghel in combinatie met de Via ferrata Cengia Gabriella. Tussen deze klettersteigen ligt het Bivacco Battaglione. Deze klettersteig vanaf Rifugio A. Berti naar Rifugio Carducci (2297 meter) duurt zeker 7 uur. In ieder geval tot eind juli kan men op de Aldo Roghel nog veel sneeuw verwachten, dus pickel en stijgijzers meenemen.
Terugblik
Wij hebben erg veel plezier gehad in de Sextener Dolomieten. Het is een schitterend gebied. Het is er wel erg druk. De bekende Drei Zinnen trekken veel toeristen aan. Bovendien is het gebied te goed ontsloten voor autoverkeer. Met name de weg van Misurina naar de Rifugio Auronzo (2320 meter) is de grote boosdoener. Stefano Ardito heeft er in zijn boek 'Trekking in de Alpen' al voor gepleit deze weg af te sluiten.
Een
aantal van de klettersteigen waren met onze kinderen (van elf en twaalf
jaar oud) goed te doen. Kinderen moeten echter niet angstig zijn voor
hoogte en luchtige passages en zich een beetje veilig voelen in de
bergen. Ze moeten ook met het materiaal weten om te gaan. Bovendien
lijkt ons een voorwaarde dat je als ouders zelf ervaring hebt met het
klettersteigen, voordat je het met kinderen gaat doen. Met de planning
moet je rekening houden met een langere tijdsduur dan in de gidsjes
wordt aangegeven. Onze kinderen vonden het klettersteigen spannend en
leuk. Het is een aardige manier een stapje verder in de bergsport te
doen na het bergwandelen. Een goede uitrusting in noodzakelijk.
|
|||
| Meer route-informatie en foto's op deze website: | |||
| Monte Piana / Monte Piano | |||
| Rotwandspitze | |||