|
|
|||
|
|
Klettersteigen rondom de Drei ZinnenDe Toblinger Knoten en de Paternkofel
|
||
| Door | : | Michiel Vermeulen | |
| Gepubliceerd in | : |
Limits 79
|
|
|
Net als voorgaande jaren hebben we
ook deze zomervakantie een 2-daagse klettersteigtocht gedaan. Deze keer
wilde we naar Dolomiti di Sesto, bij de Tre Cime di Lavaredo. Een gebied
met volop wandel-, klim- en klettersteigmogelijkheden. Meestal maken we dagtochten, maar
bepaalde tochten of gebieden verlangen toch van je dat je een
overnachting in het betreffende gebied erbij neemt. Een overnachting in
een berghut op hoogte is toch iedere keer weer een aparte belevenis.
Vanaf onze camping in Caldonazzo (omgeving Trento) naar Sesto is al gauw 3 uur rijden, dus een overnachting aldaar is min of
meer een verplichting. We hoeven niet al te vroeg te vertrekken, omdat de
eerste dag slechts zo’n 4 uur lopen en klettersteigen is. De rit op
zich is al prachtig, de Sorapiss en Cristallo liggen er prachtig bij.
Nadat we de Passo Tre Croci hebben gereden en we bij Misurina rijden,
krijgen we eindelijk zicht op de beroemde Tre Cime di Lavaredo, de Drei
Zinnen. We zien vanaf hier nog niet dat het er 3 zijn, maar het is wel
een fantastisch gezicht, wat een puist! De laatste 7 kilometer omhoog naar
de Auronzohütte is een tolweg. Ze weten wel wat ze hiervoor moeten
rekenen: 20 Euro! Er zijn denk ik maar weinig mensen die er voor kiezen
om al vanaf daar naar boven te gaan lopen, dus iedereen betaalt de
hoofdprijs. Boven aangekomen is het dan ook zoeken naar een plaatsje waar
je de auto kwijt kunt. De Drei Zinnen Vanaf de Auronzohütte (2.320
meter) gaat het aan de voet van de zuidwand van de Drei Zinnen vrijwel
vlak naar Rifugio Lavaredo. Daarna licht omhoog naar de Paternsattel
(2.457 meter), vanwaar we al zicht hebben op de Drei Zinnen Hütte,
volgens een Italiaanse vriend “il posto più bello del mondo”. Hier
hebben we een dag daarvoor onze slaapplaatsen gereserveerd. Achter de hut
ligt het uiteindelijke doel van de eerste dag: de Toblinger Knoten. Het
pad 101 naar de hut is toch nog langer en met meer hoogteverschillen dan
dat het leek. Maar het zicht op de Drei Zinnen vergoedt veel. Ik had al
heel wat foto’s hiervan gezien, maar als je ze in levenden lijve ziet
is dat toch wel erg indrukwekkend. We besluiten om ons eerst maar aan
te melden in de hut, zodat we ook wat spullen op onze kamer kunnen
achterlaten. Onnodig gewicht mee naar boven slepen is natuurlijk niet
nodig. In de hut is het een drukte van jewelste, het komt een beetje
chaotisch op me over. We gaan vanuit de entree naar het rechter vertrek,
maar het blijkt dat je je in het linker vertrek moet aanmelden. We gaan
gauw naar boven om onze kamer op te zoeken. Kamer 19, tweede verdieping.
We zitten daar prachtig, vanuit het openslaande raam kijken we zo uit op
de Drei Zinnen. Al te lang kunnen we daar niet blijven zitten, want om 6
uur is er al avondeten, en dat is al over 2½ uur. Dus snel wat spullen
uit de rugzak halen en weer naar buiten, op naar de Toblinger Knoten. De Toblinger Knoten Deze klettersteig bestaat uit 2
delen. Omhoog gaat het via de Leiternsteig naar de top van de Toblinger
Knoten op 2.617 meter. De terugweg verloopt via de Feldkurat-Hosp-Steig.
Het gehele gebied rond de Drei Zinnen kenmerkt zich door de
overblijfselen van de Eerste Wereldoorlog, toen zwaar strijd werd gevoerd
door de Oostenrijkers (de Kaiserjäger) en de Italianen (de Alpini). Ook
de Toblinger Knoten was een belangrijke top, vanwaar men veel uitzicht
had. De Leiternsteig doet zijn naam eer aan; de ene trap na de andere, 17
in totaal. Van de houten trappen uit de Eerste Wereldoorlog, welke ik nog
op foto’s en in boeken heb gezien, is niet veel meer over. Af en toe
hangt of ligt er nog wel iets van hout, maar je moet weten dat het
trappen zijn geweest, anders vraag je jezelf af wat die rommel daar doet.
De klettersteig is kort (in één van onze boeken ook wel aangeduid als
mini-klettersteig), maar wel pittig vanwege de vele verticale gedeelten.
Na een klein uurtje staan we op het smalle topje van de Toblinger Knoten.
Er staat nog een groep mannen bij het kruis. Ik kan hun taal niet echt
thuis brengen, maar ik kan ze wel duidelijk maken dat ik de foto van hun
wel wil maken met hun camera, zodat ze er allemaal op staan. Daarna dalen
zij af en is er plek voor ons drieën om onze “top-succes” vast te
leggen. Een prachtig uitzicht hebben we op omliggende berggroepen, en ook
op de Paternkofel die we de volgende dag willen gaan beklimmen. De afdaling via de
Feldkurat-Hosp-Steig levert weinig problemen op, de steilste gedeelten
zijn afgezekerd met staalkabels. Daarna nog een stukje over een steil pad
richting de hut. Bijna ontstaan er nog problemen als er een kei van
zo’n 15 cm doorsnee naar beneden begint te rollen, recht op een wat
oudere man af. Die heeft niks in de gaten. “Sasso” roepen we naar
beneden, maar hij geeft geen enkele reactie. Net als zijn vrouw, die een
eindje achter hem loopt, het in de gaten heeft en haar man roept, blijft
de steen op zo’n 5 meter van hem vandaan stil liggen. De man kijkt even
omhoog en loopt weer verder alsof er niets aan de hand is. Maar je moet
er niet aan denken….. Terug in de hut frissen we ons wat
op en vervoegen we ons aan een tafel voor het avondeten. Pasta met
polenta, en apfelstrudel als nagerecht. Als het wat later op de avond
begint te schemeren gaan we uiteraard naar buiten om te zien hoe het
avondrood de Drei Zinnen een prachtige kleur geven. Paternkofel Na een goed ontbijt staan we de
volgende ochtend om kwart over 8 buiten. Het weer is prachtig, de lucht
strak blauw. Heel anders dan vorig jaar, toen we op onze 2e
dag bij Monte Schiara onze tocht na een uurtje moesten afbreken vanwege
het weer. We kijken even via welk pad andere mensen omhoog gaan, en
volgen daarna zelf. De route naar de Paternkofel wordt vernoemd naar Sepp
Innerkofler, Oostenrijkse alpinegids en huttenwaard van de Drei Zinnen Hütte,
en Rero de Luca. In mei 1915 bezetten de Italiaanse troepen de
Paternkofel, en op 4 juli van dat jaar kwam Innerkofler om het leven
tijdens een gevecht met De Luca. De Italianen hadden van de Paternkofel
een onneembare vesting gemaakt, daar het maken van tunnels in de berg. Her en der zijn er in het onderste
gedeelte van de tunnels nog uitkijkposten en schietgaten, waardoor het
zonlicht naar binnen schijnt. Een zaklamp is in de tunnels onontbeerlijk.
Een helm echter ook. Op sommige stukken zijn de tunnels niet al te hoog,
de Italiaanse soldaten waren denk ik maar kleine mannetjes. Een wat ouder
ogende man draagt alleen een hoofdlamp. Een plek met bloed op zijn hoofd
impliceert dat ook een helm geen verkeerde investering voor hem zou zijn
geweest. Na een aantal kortere tunneltjes volgt de “Galleria
Paterna”. Een erg lange tunnel waarin het aardedonker is. Ik probeer
het aantal treden te tellen die ik naar boven loop, maar weet aan het
einde niet of het aantal van 132 treden nu klopt of niet. Na de tunnels begint de
klettersteig. Aan staalkabels gezekerd klauteren we naar boven. Je kunt
merken dat het de afgelopen maanden hier in Noord-Italië ook niet al te
best weer is geweest: op verschillende plekken treffen we nog dikke
plakken sneeuw en ijs aan. Uitkijken dat je niet
uitglijdt als je niet anders naar boven kunt klimmen dan via deze
ijskoude gedeelten. Op een enkele passage treffen we
nog restanten aan uit de oorlog. Houten paaltjes met verroest
prikkeldraad liggen bij elkaar gevouwen vlak langs het steile pad
waarlangs wij naar boven gaan. Op zo’n 2.600 meter bereiken we
de Gamsscharte. Hierna volgt nog een klein stuk met staalkabels voordat
we via smalle steengruispaden op de top van de Paternkofel op 2.746 meter
geraken. Weer een prachtig uitzicht over het hele gebied en op de
omringende berggroepen. We laten nog een korte notitie achter in het
gastenboek en schieten wat mooie plaatjes, waarna we via hetzelfde pad
weer richting de Gamsscharte gaan. Naar beneden lopend merk ik eigenlijk
pas hoe smal de steengruispaden zijn en hoe steil het naar beneden loopt.
Dit is niet mijn favoriete bezigheid! Ik ben dan ook blij als ik me in
het onderste gedeelte weer kan zekeren aan de staalkabel en even later op
de Gamsscharte uitkom. Hier zien we een klein groepje dat afdaalt
richting de Paternsattel, wij kiezen er echter voor om de Schartenweg te
nemen. Een schitterende route over de gedeeltelijk gezekerde kam van de
Bodenknoten, over smalle banden en langs prachtige rotsformaties.
Uiteindelijk dalen we af via een steengruispad en pauzeren even om onze
klettersteiguitrusting uit te doen. Als we net hiermee klaar zijn, komen
we 2 mannen tegen die ons duidelijk maken dat 50 meter verderop nog een
klettersteigpassage zit. Spullen weer uit de rugzak en alles weer aan!
Als we alle staalkabels echt achter ons hebben gelaten, lopen we via een
makkelijk pad naar de Büllelejochhütte waar we ons tegoed doen aan een
welverdiend bord pasta. De terugweg via pad 104 is weer
langer en met meer hoogteverschil dan we gehoopt hadden. Dit kan echter
niet verhinderen dat we met veel genoegdoening terugkijken op een
schitterende rondtour in het prachtig gebied rond de Drei Zinnen.
|
|||
| Meer route-informatie en foto's op deze website: | |||
| Toblinger Knoten | |||
| Paternkofel | |||